Date 1988-09-13

Publication De Standaard

Performance(s)

Artist(s)

Company / Organization

Keywords variastraatgevelinfrastruktuurdelvalsireuilopknapbeurtgebouwbinnenplaatsstrindberggeschilderde

Drukke agenda voor herboren "Varia": Garageteater omgebouwd tot schouwburg

BRUSSEL - Onder veel feestgedruis werd vrijdagavond het Théâtre Varia heropend, na een vrij moeizame vcrbouwingsperiode van zowat drie jaar. Het resultaat mag er dan ook zijn. Belangrijk is vooral dat er nu in Brussel een teaterzaal is met een scène-opening van 18 meter met een grote flexibiliteit van opstelling, als je tenminste niet meet met Schaubühne-maatstaven, en met een behoorlijke technische uitrusting.

"Varia" is ontstaan uit de bundeling van krachten van drie teatermakers, Marcel Delval, Philippe Sireuil, en Michel Dezoteux, begin van de jaren '80. Zij betrokken een gebouw aan de Scepterstraat, op de grens tussen Elsene en Etterbeek; op het eerste gezicht een van de vele gemiddelde burgershuizen van rond de eeuwwisseling, oppervlakkig qua materiaalgebruik en geveldekoratie door de art nouveau geïnspireerd. Maar achter dat eerste gebouw lag een binnenplaats en daarachter... een vergeten teater, met de naam "Varia", dat in onfortuinlijker periodes als garage werd gebruikt.

Na enkele jaren werd duidelijk dat het gebouw een grondige opknapbeurt nodig had. De Franse Gemeenschap was bereid het aan te kopen en de renovatiekosten te dragen, die al snel opliepen van aanvankelijk 20 miljoen voor een opknapbeurt tot de uiteindelijke 100 miljoen, die de werken zullen gekost hebben als ook het restaurant en enkele dienstruimtes volledig afgewerkt zijn.

Die vervijfvoudiging heeft veel te maken met de beslissing om het ineens goed te doen. Op bouwtechnisch gebied werden de hoogste kwaliteitseisen aangelegd, door inschakeling van het kontrolebureau SECO, dat de opdracht van het architektenbureau Zaccai & Levy begeleidde. Maar ook op akoestisch en teatertechnisch gebied werd geopteerd voor een grondige aanpak. De zaal kreeg b.v. een dubbelschalig dak en een dubbele achterwand om akoestische "lekken" te vermijden.

Alleen de aanpak van de straatgevel viel vrij halfslachtig uit. De optie was de benedenverdieping van het oude gebouw aan de straat op te vatten als een ruimte die vervloeit met de achterliggende koer. Met enkele zorgvuldig geplaatste kolommen wilde men die verdieping formeel en struktureel autonoom maken tegenover de bovenliggende verdiepingen. Zo werd de straatgevel niet meer dan een doorgangsvlak.

Om het straatgezicht wat te redden, na de vrij drastische openwerking van de oude boogramen, waarbij de steenbekleding en kapitelen van de raamtraveeën sneuvelden, werd een rekonstruktiepoging ondernomen, met nogal geforceerd aandoende nieuwe kapiteeltjes in inox.

De ontvangstruimte en het foyer, dat onder de zaal ligt, daarentegen kregen een samenhangende uitwerking in een neomodernistisch idioom, met een mooi bestudeerde uitwerking b.v. van de betonnen dakstruktuur met schuine lichtnames boven de vroegere binnenplaats, en een uitgekiende, bijna scenografische aanpak van de niveauverschillen en de toegangstrappen naar de zaal. Dit werkt nogal suggestief op de bezoeker tijdens zijn wandeling door de ruimte.

De kreatie van deze grote, helder verlichte en gediversifieerde ruimte laat op bijna achteloze wijze plaats voor een boekhandel, en creëert muren voor tentoonstellingen. De zaal zelf is biezonder sober, donkergrijs geschilderde baksteenmuren en plafonds, de technische infrastruktuur met loopbruggen hangt duidelijk zichtbaar boven het publiek, maar bravourestukjes hoef je hier niet te gaan zoeken.

Programma

Philippe Sireuil en Marcel Delval stelden het jaarprogramma voor. Daarin zitten drie nieuwe produkties: Brittanicus van Racine, La noce chez les petits bourgeois van Brecht en La danse de mort van Strindberg. La mission van Heiner Müller wordt hernomen, en er zijn drie gastvoorstellingen: Koniec van Groupov uit Luik, Dido and Aeneas van Henry Purcell door de Monnaie Dance Group van Mark Morris en Neige en décembre van Jean-Marie Piemme door Théâtre de la Place, eveneens uit Luik.

Parallel met de teaterprogrammatie zijn er ook tentoonstellingen in het foyer, o.a. een van Johan Daenen, "Inventaires" met geschilderde herinneringen aan oude Varia-voorstellingen, en twee foto-tentoonstellingen. Er worden ook lezingen gehouden, er komen enkele koncerten van "verwante" muzikanten en er worden ook twee symposia, "les journées particulières" gehouden, een over Strindberg en een over verraad en literatuur.

Ten slotte is er nog kinderteater en wordt aan jonge, nog studerende of pas afgestudeerde teatermakers de infrastruktuur ter beschikking gesteld om een stuk te monteren. U kan het allemaal nalezen in het mooi geïllustreerde programmaboek, aan te vragen Scepterstraat 78, 1040 Brussel.