Date 2003-01-08

Publication De Tijd

Performance(s) ZweilandKörperSNoBody

Artist(s) Waltz, Sasha

Company / Organization

Keywords waltzkörpersashazweilandhétlichaamboegdesingelonvatbaarheidtrekje

Een immer voortkabbelende beeldenstroom

Het kan soms snel gaan in de danswereld. Zo'n tien jaar geleden kende wellicht niemand de choreografe Sasha Waltz. Sinds ze mededirecteur is van de Berlijnse Schaubühne, waar ooit Stein en Zadek een nieuwe theateresthetiek uitdachten, is haar naam niet meer uit de internationale dansactualiteit weg te branden.

Nochtans heeft Sasha Waltz werk niet zon duidelijke eigen signatuur als dat van generatiegenoten als Boris Charmatz of net iets oudere choreografen als Anne-Teresa de Keersmaeker. Haar werk, dat nu opnieuw in deSingel te zien is, laat haar integendeel kennen als een eclectische choreograaf, die veel themas aansnijdt en veel verschillende beeldmiddelen inzet.Waltz carrière verliep wat ongebruikelijk. Zij groeide op in Karlsruhe, waar zij les volgde bij een oud-leerlinge van Mary Wigman, een boegbeeld van de moderne dans in Duitsland. Toch distantieerde ze zich als twintigjarige van die belangrijke Duitse traditie. Ze vervolgde haar studies niet aan de Folkwang Schule, gelieerd aan het gezelschap van Pina Bausch, maar vertrok naar Amsterdam, waar ze drie jaar studeerde aan de School voor nieuwe dansontwikkeling. In een interview uit 1998 stelt ze dat ze in die tijd vooral geboeid werd door de post-moderne dans, na de ontdekking van contact improvisation tijdens een workshop. Omdat ze daarvoor in Amsterdam ook niet helemaal aan het goede adres was, studeerde ze ten slotte ook nog een jaar in New-York.

Verhalend

Merkwaardig genoeg is daar in haar eerste eigen werk weinig van terug te vinden. In 1993 stichtte ze samen met haar man Jochen Sandig haar gezelschap Sasha Waltz and Guests, waarmee ze een aantal voorstellingen maakte. De laatste ervan, Zweiland, was reeds eerder in deSingel te zien. Van een Amerikaanse post-moderne invloed kun je hier nauwelijks spreken. Dit werk is met zijn onmiskenbaar verhalende inslag duidelijk geworteld in de Europese traditie van grote danstheaterproducties uit de jaren 80 in Frankrijk en Duitsland. De titel Zweiland verwijst naar de gespletenheid die Duitsland toen nog sterk tekende na de hereniging van Oost en West. De voorstelling is echter het tegendeel van een politiek traktaat. Waltz concentreert zich hier op de belevenissen van individuen in een grootstad, die ze schetst aan de hand van kleine anekdotes en sfeerscheppingen. De toon is echter niet realistisch. Een flinterdunne verhaallijn - de bouw van een kiosk/winkel/kantoortje en de ontmoeting tussen een jonge man en vrouw - vormt de kapstok voor dans- en zangscènes die uitdrukking moeten geven aan het gemoedsleven van een bont allegaartje personages. Dat levert onmiskenbaar charmante scènes op. Toch loert anekdotiek en zelfs gemakkelijke sentimentaliteit meer dan eens om de hoek door de nogal schematische uitwerking van de personages, die toch vooral typetjes blijven. Het meest intrigerende aspect van deze voorstelling is echter Waltz uitgesproken flair om beelden met een mythisch of surrealistisch trekje in elkaar te zetten. Die zijn niet altijd zo lieflijk. Ze hebben vaak zelfs een uitgesproken gewelddadig karakter. Zo bijvoorbeeld het beeld van een vrouw die, met haar paardestaart vastgebonden aan een koord, als een popje t(r)ippelt over de scène. Het ontbrak deze voorstelling echter te veel aan een duidelijke inzet, zodat dergelijke pregnante beelden in het luchtledige bleven hangen.

Metaforisch

Vanaf haar start bij de Schaubühne gooit Waltz het echter over een heel andere boeg. Körper, en later ook NoBody en S zijn voorstellingen waarin ze expliciet de betekenis van het menselijk lichaam wil exploreren. In een aanzienlijk grotere bezetting toont Waltz ons in Körper het lichaam in zijn meest extreme toestanden. Dat gaat van een bijna mechanische, martiale dans waarin lichamen botsen en over elkaar buitelen in het begin tot een lyrische, zelfs romantische pas de deux die evolueert naar een groepsdans naar het einde van de voorstelling toe. Die dans lost dan weer een groepsbeweging af waarin de lichamen, als flesjes in een bottelarij bijna, strikt geometrische patronen volstrekt unisono doorlopen. De voorstelling toont ook andere aspecten van het individuele lichaam. Het uitzinnige lichaam, als dansers met ongecoördineerde sprongen en uithalen uit de bol gaan. Het angstige lichaam dat zich bevraagt over ziekte en verval. Het vreemd-objectieve lichaam als we een groep dansers naakt zien hangen tegen een glazen plaat als insecten in een terrarium. Toch blijkt ook hier het beeld niet helemaal te vertrouwen. Alle retoriek rond de voorstelling ten spijt merk je dat het lichaam hier niet uit zichzelf spreekt - als zoiets überhaupt denkbaar zou zijn - maar gegijzeld wordt door een alles bepalende metaforiek. De lichamen die we hier zien, zijn niet zomaar willekeurige lichamen maar metaforen voor hét gekwelde, hét aan banden gelegde, hét uitzinnige lichaam. Op het einde van de voorstelling leidt dat tot het wat ongemakkelijke gevoel dat je ook als toeschouwer de gegijzelde bent van een toch net iets te simpele proeve van politiek correct denken over het lichaam als laatste betekenaar in de menselijke existentie.

Vloeibaar

In S gooit Waltz het echter alweer over een andere boeg. Deze keer geen kwellende lichaamsbeelden, maar een veeleer dromerige sfeer. In drie opeenvolgende taferelen wordt vooral het erotische, sensuele lichaam op de dissectietafel gelegd. De taferelen spelen zich af tegen een achtergrond waarop je achtereenvolgens een foto van een mistig waterlandschap, een radartoren van een vliegveld en een schilderij van een arcadisch landschap te zien krijgt. Ondanks alle verschillen met Zweiland - van typetjes kun je hier bijvoorbeeld nauwelijks spreken - duikt hier eenzelfde beeldende strategie op. Met eenvoudige elementen zet Waltz beelden in elkaar die, vooral in het laatste deel, een surrealistisch-mythisch trekje hebben. Verschijnen dansers aanvankelijk nog gewoon uit de coulissen, steeds vaker duiken ze op uit een langwerpige spleet die over de hele breedte van de scène loopt, alsof ze uit de onderwereld opduiken om hun rechten op te eisen in de gewone wereld. Wie zou niet denken aan het Aards Paradijs als een naakte danseres voor het achterdoek loopt waarop je plots ook een giraffe, of even later een neushoorn ontwaart. Waltz speelt met zichtbaar plezier met die overduidelijke referenties, en zet ze vaak op hun kop. In deze voorstelling is het zo niet een vrouw, maar een man die melk laat vloeien over de naakte schepselen aan zijn voeten. Een mooie vondst - die ook de band tussen de drie delen bepaalt - is het beeld van vloeiend water die over de achtergrondbeelden en een grote mat op de voorgrond heen geprojecteerd wordt. Het is een niet verkeerd te verstaan beeld van de vloeibaarheid en onvatbaarheid van het menselijk verlangen. Jammer genoeg blijft de voorstelling zelf ook net iets te veel steken in een vloeiende onvatbaarheid. Ook hier kan Waltz haar plezier in het verzinnen van beelden geen halt toeroepen. Een harde kern, een duidelijke inzet, is ook hier moeilijk te vinden. Charmante en zelfs amusante droombeelden zijn er daarentegen wel te over.

Met NoBody, het laatste deel in haar trilogie over het lichaam, keert Waltz klaarblijkelijk terug naar de zwaarmoedige toon van Körper. Wat zijn we als we niet meer beschikken over ons lichamelijk omhulsel. Waar ligt het verband tussen dat vlees, die verzameling atomen, welk verband is er met onze verlangens, onze angsten, onze spoken? Wat blijft er over als onze grondstof verdwijnt? Is het de ziel, de herinnering? Vragen die pregnant werden toen in de voorbereiding van deze voorstelling Waltz moeder overleed. Net als in Körper verbindt Waltz deze existentiële, zelfs metafysische vragen in NoBody met bespiegelingen over het geweld in onze samenleving, hoe dat ons voortdurend confronteert met de (collectieve) dood en doodsangst. Als je afgaat op de beelden van deze voorstelling en de enthousiaste besprekingen in buitenlandse kranten, weet Waltz hier andermaal indrukwekkende beelden neer te zetten. Of ze deze keer echter ook inhoudelijk nagels met koppen slaat, kunt u zelf nagaan in deSingel.

SASHA WALTZ NoBody staat op donderdag 9 en vrijdag 10 januari, telkens om 20u in deSingel te Antwerpen. Inlichtingen en reservering : www.desingel.be of 03/248.28.28