Date 2003-02-19

Publication De Tijd

Performance(s)

Artist(s)

Company / Organization

Keywords musicalafdelingkbvvministerregeringballetdenversvlaamsenominaalmaatregelovergangsmaatregelen

De kronkelwegen van de broodheer

De kronkelwegen van de broodheer

Eind 2002 trof de Vlaamse Regering het Ballet van Vlaanderen (KBvV) midscheeps bij een besparingsronde: 10 procent van de subsidies werd geschrapt. Dat was meer dan bij welk gezelschap ook. Deze bruuske maatregel werd verantwoord door te wijzen op de gebrekkige profilering van het KBvV, in het bijzonder dan de musicalafdeling. Toch drong net diezelfde Vlaamse regering nu 18 jaar geleden, onder minister Poma, het KBvV zo'n musicalafdeling op. Na veel protest en overleg heeft minister Van Grembergen nu zijn salomonsoordeel geveld over de toekomst van het KBvV. Dat komt erop neer dat de ballet en de musicalafdeling gesplitst worden. Het KBvV blijft verder ondersteund als een decretaal verankerde culturele instelling voor klassiek ballet. Dit betekent dat de jaarlijkse dotatie niet van enige adviescommissie afhankelijk is. Wel wordt het mandaat van de artistieke directie beperkt tot een periode van vier à zes jaar. Uit de huidige musicalafdeling of uit een ander initiatief kan een nieuwe organisatie voor musicalontwikkeling ontstaan. Deze organisatie wordt echter niet, zoals het Ballet, nominaal op de begroting ingeschreven, maar moet voor zijn structurele subsidiëring zoals alle andere gezelschappen conform het decreet op de podiumkunsten, een aanvraag indienen. Omdat een en ander niet zonder slag of stoot kan gebeuren, voorziet de Vlaamse Regering (financieel) in verzachtende overgangsmaatregelen.

Roger Claeys, afgevaardigd beheerder en voorzitter van het directiecomité van het KBvV reageert genuanceerd op de ministeriële beslissing. 'Ook intern vroeg men zich af of het opportuun was om het ballet en de musicalafdeling als een Siamese tweeling te laten samenwerken. De overheid vraagt zich anderzijds af of ze musical wel moet ondersteunen. De minister behoeft in elk geval duidelijke criteria om ja of neen te zeggen tegen nieuwe subsidieverzoeken. Wat moet een musicalgezelschap doen om subsidies te verdienen? Misschien moeten het een musicalwerkplaats worden, die opborrelende initiatieven groeikansen geeft. Wat het Ballet betreft: de minister desavoueert het beleid van Robert Denvers zeker niet. Als artistiek leider heeft hij vooral op pedagogisch gebied een buitengewone rol gespeeld. Tijdens het parlementair debat bleek echter dat men een vernieuwing, vergelijkbaar met die van de opera tijdens de laatste decennia, nodig acht. Denvers is echter haast aan het einde van zijn carrière. Hij kan dat niet meer op gang trekken. We moeten dus snel op zoek naar een nieuwe artistiek leider. De vraag is of je eerder een choreograaf met een uitgesproken profiel in huis haalt, dan wel een intendant die een hecht ensemble en een sterke programmering kan garanderen. Dat moeten we nu uitzoeken. Door de grote beweging die op dit ogenblik internationaal door het balletlandschap trekt, is er in elk geval een groot aanbod. Wellicht zal de nieuwe situatie ook een grotere verantwoordelijkheid leggen bij de Raad van Beheer. Het zou immers vreemd zijn dat om de zoveel jaar een commissie van buitenaf de artistieke leiding zou beoordelen, terwijl binnenshuis niemand volgt wat er gebeurt. Ook dat moet nader worden onderzocht.'

PTJ