Date 2003-02-26

Publication De Tijd

Performance(s) Relation Publique

Artist(s) Sagna, Caterina

Company / Organization

Keywords muyncksagnapersconferentievivianecaterinacarlottacommercialiseringkuntrelazionepubblica

Waarover men niet spreken kan

Foto's van Relazione Pubblica, het stuk dat de Venetiaanse choreografe Caterina Sagna vorig najaar op vraag van de Biënnale van Venetië maakte, zijn behoorlijk verrassend: Sagna verruilt er haar haast aristocratische ernst en distantie voor de rol van een heftig gesticulerende Italiaanse tv-omroepster. Hoe die vork in de steel zit, kunt u deze week in Gent achterhalen in Relation Publique, de Franstalige versie van dit stuk, waartoe ook de actrice Viviane de Muynck haar steentje bijdraagt. Een gesprek met Sagna en De Muynck.

Caterina Sagna: Het idee voor deze voorstelling ontstond uit een groeiend ongenoegen over de hand over hand toenemende commercialisering van alles, ook kunst. Televisie is daarvan, zeker in Italië, het schoolvoorbeeld. Om de kijkcijfers laat men moedwillig het niveau van uitzendingen steeds verder zakken. Dat is niet alleen cultureel, maar ook politiek een probleem. Met Berlusconi hebben we een president die drie privé-zenders beheert, en als staatshoofd ook het beleid van de drie nationale zenders kan bepalen. Hij bepaalt dus nagenoeg zelf wat de mensen vernemen. Maar het ligt mij niet, een belerend of een politiek stuk te maken. Ik duik liever onder in hetgeen ik van nature verafschuw. Zo kwam ik op het idee om het stuk vorm te geven als een persconferentie. Dat is namelijk het uitgelezen moment om munt te slaan uit het kunstproduct. Het moment waarop men het aan de man brengt. De gebreken van zo'n systeem tonen in een dansvoorstelling blijkt geen makkelijke opgave. Je vernietigt immers wat je opbouwt: niet alleen de persconferentie loopt in het honderd, maar ook de voorstelling zelf gaat de mist in.

U staat bekend als een choreografe die ernstig werk maakt, maar blijkbaar duikt er in uw laatste werken, zoals Sorelline, een wrange humor op. Ontstaat die uit een soort wanhoop over deze gang van zaken?

Sagna: Ik denk het wel. Sorelline heeft het over de uitoefening van macht, zonder die daarom als dusdanig te benoemen. In deze voorstelling is die zwarte humor sterker aanwezig, omdat we het geweld van onze voorstelling richten op ons gezelschap zelf. Ik vernietig mezelf, mijn eigen werk. Maar tegelijk zijn we daar zeer tevreden over. We amuseren er ons mee e draak met onszelf te steken.

Viviane de Muynck werd door Caterina Sagna en haar zus Carlotta - die mee tekent voor de choreografie - gevraagd om in de Franse versie van het stuk de rol van moderator in de persconferentie te spelen. Als special guest kijkt De Muynck wat vanaf de zijlijn toe. En ze verbaast zich over de intelligentie van de voorstelling.

Viviane de Muynck: Het stuk is een evenwichtsoefening tussen een conférence, een spektakel, een open repetitie en een publiek debat. Achter het spektakel vind je een diepgaande reflectie over de inspiratiebronnen voor een voorstelling en de plaats van dit stuk in de evolutie van het gezelschap. Maar bovendien gaat de voorstelling op zoek naar middelen om over dans te spreken. Voor mij was het heel merkwaardig te zien hoe slim deze compagnie dat aanpakt. Het is de dans zelf die doorprikt hoe men over nieuwe dans denkt en spreekt.Relazione Pubblica wil inderdaad meer zijn dan een aanklacht tegen de commercialisering van de kunst.Sagna: Onder die eerste laag zitten vele andere. Je hebt als kunstenaar de nood aan een confrontatie met een publiek. Dat doen we hier onder andere ook met woorden. Al wat we zeggen over ons werk is in zekere zin waar, maar terwijl je het zegt begrijp je meteen dat het dingen zijn die je niet kunt zeggen. We stellen bijvoorbeeld: Dans is liefde. We zeggen dat niet alleen, we tonen ook dat we dat geloven. De dansers zijn daarin buitengewoon genereus. Maar tegelijk weet je dat je met zo'n zin te veel of te weinig zegt. Je kunt dat natuurlijk wel zo aanvoelen, maar toch voel ik een zekere schroom om dat zo plompverloren onder woorden te brengen. Toch proberen we die bewering hard te maken. Dan blijkt dat hoe meer je praat over dingen, hoe meer de woorden falen. Je kunt maar gaan tot een zeker punt.

Dat is een vreemde paradox voor iemand die zoals u altijd literatuur als inspiratiebron gebruikt.

Sagna: Maar ik maak net dansvoorstellingen over literaire werken om er niet over te hoeven spreken. In deze voorstelling probeer ik een andere omgang uit met de woorden waar ik altijd mee gewerkt heb. Iedereen is zichzelf in deze voorstelling. De persconferentie wordt geleid door Viviane, Carlotta en mezelf. Maar de vijf andere dansers mengen zich in het debat en tonen dan wat ze willen doen. Ik merk dat de impact van de voorstelling erg groot is. Ze straalt een krachtige en precieze energie uit, en het publiek pikt dat op. Dat lukt enkel door de grote inzet van de dansers. Het publiek kan niet onverschillig blijven bij wat ze tonen.

Het was Caterina Sagna die Viviane de Muynck vroeg mee te spelen in dit stuk. Ze kende en waardeerde De Muynck o.a. van haar rollen binnen de Needcompany, waar ook haar zus Carlotta een belangrijke plaats heeft gehad. Maar de liefde was wederzijds.

De Muynck: De meeste beslissingen in mijn carrière waren het gevolg van toeval. Of liever, ik moet mij aangesproken voelen door een bepaalde gekte van mensen. Zo stond ik met het koude zweet in mijn handen toen ik met Ingrid von Wantoch-Rekowski als soliste aantrad in Lohengrin, een avant-gardeopera van Salvatore Sciarrino. Maar ik heb wel veel bijgeleerd. In deze voorstelling leer ik dan weer veel over de manier waarop een danser werkt, net zoals ik in Count your blessings in regie van Paul Koeck veel opgestoken heb over hoe muzikanten functioneren op de scène. De concentratie van dansers, de manier waarop ze naar een voorstelling toeleven, ligt helemaal anders dan bij acteurs. De structuur van dit stuk maakt dat ook duidelijk. Een acteur is er voortdurend mee bezig de dingen te overdenken en te benoemen. Een danser daarentegen heeft het talent zich met overgave in een beweging te storten, zonder precies te weten wat ze betekent. Een danser weet intuïtief ook veel beter hoe een lichaam zich in een ruimte kan bewegen, en wat dat betekent. Ik vermoed dat de harde training daaraan ten grondslag ligt. Terwijl het wel eens zou kunnen dat het summum van goed acteren er juist in bestaat dat je vergeet dat je in een bepaalde ruimte staat. Het was voor mij bovendien een merkwaardige ervaring Carlotta in een andere context aan het werk te zien. Je herkent veel, maar er zijn accentverschillen, je ziet een ander facet, een ander gevoel voor humor bovendrijven.

Waar liggen dan de raakpunten tussen wat een acteur en een danser doen?

De Muynck: Tijdens mijn periode bij Maatschappij Discordia heb ik geleerd dat een voorstelling zich verder moet ontwikkelen terwijl je speelt. Het publiek is een tegenspeler die niet op de scène staat. Het lijkt soms wel alsof je door de aanwezigheid van een publiek plots beter begrijpt wat er op papier staat. Dat is niet altijd het geval. Op dit ogenblik werk ik in Duitsland als regisseur, o.a. van de Vagina-monologen. Daar loopt het, door de structuur van de grote stadstheaters, heel anders. Acteurs spelen er 6 tot 7 rollen in één seizoen. Acteurs lijden daardoor structureel onder een zekere vorm van schizofrenie. Ze zullen zich tijdens een repetitieproces dan ook niet makkelijk blootgeven. De meeste acteurs kunnen het daardoor ook niet aan tijdens de speelperiode aan een voorstelling te sleutelen. Een voorstelling is er bij de première af. Dat is, vermoed ik, ook de reden waarom het Duitse theater zo conceptueel is, en waarom Duitse acteurs zo sterk op de psychologie van hun personage werken. De psychologische uitbeelding is er het vehikel waarmee het concept kan worden overgebracht op het publiek. Nochtans is een goede acteur niet in de eerste plaats bezig met het werken aan het beeld dat hij naar het publiek toe projecteert. Natuurlijk heeft acteren een ambachtelijke kant. Die heb je nodig als vertrekbasis. Maar het publiek komt niet om te zien wat wij kunnen controleren, maar om net dat te zien wat ons ontsnapt. Anders wordt het vervelend. Je moet dus zoeken naar de omstandigheden waarin je binnen een groep van spelers zo vrij en organisch mogelijk kunt formuleren. Het is een groepsproces. Je moet de verworvenheden achter je laten om in te gaan op wat zich op in die groep aandient. Enkel zo kun je een brug slaan naar de toeschouwer. Dat is de les die je van jazz-improvisaties kunt leren. Dat is ook het raakpunt tussen dansers en acteurs. Ik droom er eigenlijk van het free-jazz principe over te dragen op de theaterwereld.

Relation publique staat op 26 en 27 februari om 20 u in de Minardschouwburg in Gent. Organisatie Vooruit. Inlichtingen en reservering : 09/267.28.28 of www.vooruit.be .