Date 2008-06-02

Publication De Morgen

Performance(s)

Artist(s)

Company / Organization

Keywords hoogstpersoonlijkevivechinafestivalhenierwaaarkeonstoordeprikkeldenyamashita

Kunstenfestivaldesarts - de slotsom: Het mocht snediger

Enkele moedigen zaten het hele Kunstenfestivaldesarts uit. Zij hebben echt recht van spreken. Met de helft van de voorstellingen achter de kiezen heb ik echter de stellige indruk dat dit festival zijn eigenzinnige zelf gebleven is. Het durfde het weer aan om uit te pakken met creaties van onbekende, jonge of 'moeilijke' kunstenaars, maar trok desondanks ook nu weer een zeer talrijk publiek aan.

Dat publiek komt van heinde en verre. Het verschilt steevast grondig van mening over wat het ziet. Ik miste bijvoorbeeld de Japanner Zan Yamashita, maar de tegengestelde meningen van een kenner van Japanse avant-garde, een 'gewone' toeschouwer en een choreograaf prikkelden mijn verbeelding. Die diversiteit in opinies maakt dit festival tot een van de levendigste in Europa.

Wat mij echter opviel (en steeds meer stoorde), was hoezeer veel voorstellingen balanceerden op het randje van navelstaarderij. In het verleden raakte het festival graag hete politieke hangijzers aan. Dat gaf vaak aanleiding tot verhitte debatten tussen toeschouwers en artiesten. Dit jaar zetten echter de hoogstpersoonlijke bespiegelingen, zelfs de weltschmerz, van de artiest de toon. De discussie vergleed zo vaak naar een smaakoordeel: "Het doet mij iets, het doet mij niets."

Dat stelt een probleem. Niet dat kunst een ondubbelzinnige boodschap dient te hebben. Het briljante Stifters Dinge van Henier Goebbels toonde dat je het publiek, zonder enig verhaal en zelfs zonder mensen op het podium, toch kunt laten nadenken over zijn eigen kijkgedrag. Ook de geschifte performances van Vincent Dunoyer analyseerden indringend onze verhouding tot het beeld.

Veel artiesten bleven echter steken in een hoogstpersoonlijke gevoelsexpressie. Of dat hout snijdt is minder een gevolg van het werk zelf dan van een toevallige gevoeligheid van de kijker. Een voorbeeld was de lezing/performance China van William Yang. Op een vorige editie van het festival kwam ik sterk onder de indruk van de ongekunstelde manier waarop hij aan de hand van persoonlijke foto's en herinneringen indringende vragen stelde over heikele thema's zoals identiteit en maatschappelijke minderheden. Zijn praatje hier over zijn reizen door China, hoe relevant ook voor hemzelf, kwam deze keer echter niet los van de figuur van de kunstenaar zelf.

Waarom zou dat 'belangwekkend' zijn? Wordt kunst zo geen autoritaire bedoening, die enkel belangrijk is omdat de artiest as such belangrijk zou zijn? Zo'n argument onttrekt zich in elk geval aan elke vorm van kritiek of reflectie. Zouzou Leyens, Beatriz Catani, Thomas Hauert en Toshiki Okada waren, elk op hun manier, in hetzelfde bedje ziek. De performance Vive le roi! Vive la république! Van keon Theys op het historisch beladen Martelarenplein bleef zelfs steken in puberale grappen over vaderland en natie. Dat is, op dit moment, op zijn zachtst gezegd naast de kwestie.

Kunst die te dicht bij de figuur van de kunstenaar blijft, is een zwaktebod. Als kunst nog bestaansrecht heeft, dan wel omdat het zowat de enige maatschappelijk erkende plek is waaar nog gesproken kan worden over al wat niet meetbaar of verifieerbaar is. Maar dan moeten er wel scherpe vragen gesteld worden. Dan moet het spel hoog gespeeld worden. Flou artistique op een festival als dit is wel het laatste waar ik op zat te wachten.