Date 1988-03-29

Publication De Standaard

Performance(s) Het korte leven van de sneeuwwolken

Artist(s) Rudi Meulemans

Company / Organization De ParadeSfinks

Keywords marmerensneeuwwolkenmeulemansstorendedebuuttrapregiesneeuwveldboechoutmonoloog-dialoog-vorm

Een merkwaardig debuut: "Het korte leven van de sneeuwwolken"

BRUSSEL - Onlangs was in de Beursschouwburg een voorstelling van Het korte leven van de sneeuwwolken van de Oostenrijkse auteur Wolfgang Bauer te zien in een regie van Rudi Meulemans; dramaturgie en regie-assistentie waren van Matti Billen. Het gaat hier om een regie-debuut waarvan de produktie in handen is van "De Parade" uit Brussel en "Sfinks" uit Boechout.

De regisseur heeft het zich niet gemakkelijk gemaakt met de keuze van het stuk. In de qua taalgebruik vrij banale dialogen, wordt op een haast onmerkbare manier heen en weer geschoven van "monologue intérieure" naar alledaagse konversatie enerzijds, maar er worden ook gekke sprongen gemaakt in de aard van de mededelingen en handelingen anderzijds. Heel wat tekst en handeling heeft rechtstreeks te maken met de konkrete situatie van twee mensen die zich afgezonderd hebben in een berghut om hun passie voor elkaar bot te vieren, ver van de storende buitenwereld. De verveling, gebrek aan geld en andere ongemakken staan de uitvoering daarvan in de weg, Maar door dat verhaal zijn een aantal weinig realistische konstrukties geweven, gebeurtenissen die een overduidelijk mytologisch-symbolisch karakter hebben, en allemaal in meerdere of mindere mate verwijzen naar de vampieren-legende.

De foto op de affiche geeft eigenlijk zeer goed de "cinéma-noire"-achtige kwaliteit aan van het stuk: een jong en onschuldig meisje dat met grote angst-ogen door een sneeuwveld loopt in een beboste omgeving. In zijn regie heeft Rudi Meulemans geprobeerd de lichte kitscherigheid, het kwasi-realisme van de tekst een eigen vorm te geven. Dat is soms vrij goed gelukt.

Regie

Het loopt echter fout bij de integratie van de mytische elementen in het stuk. De hoofdrolspelers Andreas Van de Maele en Caroline Vanderlinden komen niet genoeg losvan het typetje dat ze neerzetten. Door de eigenaardige monoloog-dialoog-vorm voel je wel dat ze bewust een zekere afstand nemen van het klakkeloos rolletje-spelen, maar ze hebben niet de rijpheid om daar een volwaardig alternatief tegenover te stellen.

Het meest storende element van de voorstelling is echter de scenografie. Het decor stelt een soort super-berghut voor met een grote marmeren trap langs een van de wanden, een grote marmeren kolom die een overloop onder de zolder ondersteunt, en een groot driehoekig fronton in hout dat het dak boven de uitwaaierende houten wanden aangeeft. De akteurs noch de regisseur wisten blijkbaar wat aangevangen met dit pompeus speelvlak, zodat er dan maar wat doelloos heen en weer gestapt wordt over de trap, of geluierd wordt in de zetel. De regie is eigenlijk niet echt uit de problemen geraakt die het stuk stelt, maar slaat de bal ook niet volkomen mis. Veel is blijkbaar misgelopen in de behandeling van akteurs en scenografie, maar als debuut is dit toch vrij merkwaardig.

Nog te zien in Monty te Antwerpen op 31 maart en l, 2, 7, 8 en .9 april 1988.