Date 1997-08-01

Publication De Standaard

Performance(s) Amphitryon

Artist(s) Vassiliev, Anatoli

Company / Organization

Keywords amphitryonmolièrealcmenejupiteridentiteitsverwisselingengalanterussischacteurstheaterzegging

Vassiliev brengt Molière als ritueel : Russische regisseur wil terug naar oude theatervormen

Avignon -- Omdat het festival van Avignon in het teken staat van het Russisch theater, mocht een goeroe van dat theater, de 55-jarige regisseur Anatoli Vassiliev, niet ontbreken. Zijn "School van de dramatische kunst" bracht in de indrukwekkende ruimte van de oude Celestijnenkerk een improvisatie op acht dialogen uit de komedie Amphitryon van Molière. Vassiliev bevestigde zijn reputatie als een ongemeen oorspronkelijk theatermaker.

Amphitryon uit 1668 is een galante komedie. Het stuk speelt zich niet in het burgerlijk of adellijk milieu van die tijd, maar in de klassieke Oudheid. Het thema is ontleend aan Plautus.

Amphitryon, gehuwd met de deugdzame Alcmene, kan zijn huwelijk slechts consumeren als hij een oude wraak voltrekt. Terwijl hij ten strijde trekt, neemt Jupiter de gedaante aan van Amphitryon om Alcmene het hof te maken. Mercurius moet aan de poort de wacht optrekken, vermomd als knecht. Naast de galante scènes tussen Alcmene en Jupiter maken groteske identiteitsverwisselingen, met de nodige fratsen, het leeuwendeel van de intrige uit.

Om komische effecten is het Vassiliev niet te doen. Ook gebruikt hij de dialogen van Molière niet om de karakters in het stuk te exploreren, hoewel Molière daar zelf aanleiding toe geeft. En aan de intrige laat hij zich bijzonder weinig gelegen.

Stukken uit drie bedrijven worden kriskras door elkaar gespeeld. Op een bepaald ogenblik krijg je de tweede scène uit het tweede bedrijf te zien, en daarna pas de eerste. Er is zelfs geen vaste rolverdeling. De scène waarin Alcmene en Amphitryon een bitter dispuut hebben, wordt driemaal, met een klein verschil in tijd, door drie verschillende duo's geïnterpreteerd.

Wat betekent dit allemaal, en waar leidt het toe? Vassiliev geeft een duidelijke sleutel voor de interpretatie van wat hij beoogt. Na een eerste monoloog voeren enkele acteurs kunstige Japanse gevechtsrituelen met stokken en zwaarden uit Het zijn oefeningen tegen ingebeelde tegenstanders, die volgens een heel precies scenario verlopen zoals in karate of kendo.

Je begint nog andere, analoge details op te merken. Acteurs trekken in verschillende rollen andere, vaak prachtig geborduurde gewaden aan, alsof we ons in een klassiek Oosters theaterritueel bevinden. Alsof het theater dat de regisseur voor ogen staat een soort parallelle werkelijkheid is, en niet de gebruikelijke, psychologisch gekleurde werkelijkheid waarin vooral het zoeken naar het juiste gebaar en de juiste zegging van tel is.

Het thema van de identiteitsverwisselingen leent zich uiteraard perfect voor zo'n streven naar een theater waarin het "ik" van de acteur bijna volledig transparant wordt. De benadering van Vassiliev levert indrukwekkend, in zekere zin ongecompliceerd en genietbaar theater op. De zelfzekere kwaliteit waarmee de acteurs hun teksten zeggen, draagt daar in hoge mate toe bij.

Intensiteit

Gaandeweg, en des te meer naarmate de "Oosterse" toonzetting van het stuk plaats maakt voor min of meer openlijke verwijzingen naar oude Europese theatervormen, gebeurt er iets bijzonders met je waarneming van de tekst van Molière. Het grootste deel blijft onbegrijpelijk, want is in het Russisch vertaald, maar een Franse actrice, Valérie Dréville, zegt haar "partituren" in het Frans. Ook de Russische acteurs gaan soms over op Frans.

Op die momenten merk je dat de zegging van de acteurs in het geheel niet natuurlijk is, maar vooral inspeelt op het ritme en de gekunsteldheid van Molières taal. Dat gebrek aan "naturel", aan psychologie en inleving in de personages, blijkt op paradoxale wijze de oorzaak te zijn van de ongewone intensiteit van het spel en de bijzondere glans die de woorden verwerven. Alsof Vassiliev in zijn eentje wil aantonen dat het theater zoals wij dat kennen al meer dan honderd jaar op een dood spoor is. En dat we beter teruggaan naar de sterk gecodeerde oude theatervormen, als het theater echt wil overleven.